Leraren gebruiken AI meer, maar werken evenveel uren
Steeds meer leraren gebruiken kunstmatige intelligentie op school, maar slechts weinigen zeggen dat het hun werkbelasting echt vermindert. Wat speelt hier?
Leraren voelen zich steeds zekerder in het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) — computersystemen die taken zoals nakijken of lesvoorbereiding kunnen automatiseren. Maar meer vertrouwdheid met de technologie leidt niet tot kortere werkdagen.
Volgens recente onderzoeken gebruikt de meerderheid van de leraren nu AI-tools in hun werk, maar slechts ongeveer één op de drie — ruwweg 33% — zegt daadwerkelijk minder uren te hoeven werken. Dit is een opvallend verschil. Je zou verwachten dat een computer die helpt met repetitieve taken tijd zou besparen, maar dat gebeurt niet voor de meeste docenten die al overbelast zijn.
Waarom helpt AI niet? Waarschijnlijk spelen meerdere factoren mee. Leraren gebruiken AI misschien om *meer* te doen in plaats van minder — extra lesmateriaal maken, meer voorbereidingen treffen, of taken op zich nemen waar ze voorheen geen tijd voor hadden. Bovendien hebben AI-tools toezicht van mensen nodig; leraren moeten checken en verbeteren wat de computer maakt. En nog belangrijker: de werkelijke oorzaken van leeraaruitputting — grote klassen, administratieve taken, voortdurende veranderingen in het curriculum — zijn niet verdwenen alleen omdat AI bestaat.
De conclusie: AI is geen wondermiddel tegen leeraarvermoeidheid. Hoewel het een nuttig hulpmiddel kan zijn, lost alleen toegang tot AI de systeemische problemen die onderwijs uitputtend maken niet op.
Originele bron: TechRadar
